Waar schoonheid bezongen wil worden, waar wanhoop onpeilbaar wordt, waar de wereld eindigt en het leven begint... Daar, op de bodem en in de wolken, tussen draken en engelen, daar... vliegen woorden. In ijlte en in zwaarte, in vuur en steen. Overal zitten woorden verborgen. Op dit scherpst van de snede, op het bot van de bodemloosheid, daar komen ze aan de oppervlakte. Zoekend, struikelend, liefkozend, verlangend. Die woorden heb ik nu in een boekje gevangen. Maar: zodra ze gelezen worden zijn ze vrij, en kunnen wellicht een ander strelen, troosten of raken...Zo begon het boekje 'O alle engelen en draken'. In 'Zo schrijf ik me vrij' hebben de engelen het druk: met liefde en beschermen, sturen en bijsturen... De draak komt al gauw ten tonele. Hakt de liefde in stukken en wil dan getemd worden. Daar zijn heel wat pagina's voor nodig.