Deze tweetalige dichtbundel in Perzisch en Nederlands is een menselijke reis naar de diepten van liefde, migratie en identiteit. In deze reis put de dichteres uit haar eigen geleefde ervaringen in de twee tegengestelde werelden: de zachtheid en het gevoel van het Oosten en de stevigheid en diepte van het Westen.Wat dit boek onderscheidt van vergelijkbare boeken is de taal: evenzeer als de dichteres gebruikmaakt van gevoel en emotie om zichzelf uit te drukken, maakt ze ook gebruik van de taal van wetenschap en logica. In dit boek schildert de dichteres met haar ongeëvenaarde vrouwelijke beeldvorming de natuur voor de lezer op het doek van de verbeelding, en deze beelden lijken voor altijd in het hart en de ziel van de mens gegrift te worden.