Deze ballade schetst in poëtische bewoordingen en met bijbehorende foto's de geschiedenis van het Westelijk Front in 14/18. De opeenvolgende gebeurtenissen worden verweven met bekende aspecten van deze oorlog: het onvoorstelbare soldatenleed, de modderige loopgraven, de nieuwste wapens en de oorlog-gerelateerde bedrijvigheid. Verscheidene hoofdrolspelers en archetypische deelnemers komen in de gedichten aan bod. Ook is enige aandacht besteed aan de identificatie van de christelijke soldaten met de lijdende Jezus.